Vlooien, teken, mijten en luizen

Vlooien, teken, mijten en luizen zijn veel voorkomende parasieten bij onze huisdieren. Ze zorgen voor irritatie, huidproblemen, allergische reacties en brengen ook ziektes over.

Gelukkig kun je ze meestal goed bestrijden en voorkomen. De behandeling van alle dieren en van de omgeving is daarvoor heel belangrijk. Gebruik alleen middelen die geschikt zijn voor jouw diersoort.  Zo zijn katten en konijnen erg gevoelig voor bepaalde insecticiden. Konijnen verdragen geen fipronil, hamsters en andere knagers dan weer wel. Raadpleeg daarom altijd een dierenarts.

Vlooien

Voor eigenaars van honden en katten kunnen vlooien een ware plaag zijn. Vlooien zijn bruinzwarte insecten van slechts enkele millimeters. Ze zorgen voor jeuk en irritatie waardoor je huisdier gaat krabben of bijten, en mogelijk wondjes krijgt. Sommige dieren reageren zelfs allergisch op vlooienbeten, bij hen is de jeuk nog extremer.

Vlooien zuigen ook bloed en kunnen op die manier ziektes overbrengen en voor bloedarmoede zorgen. Ook voor mensen zijn ze heel vervelend. Bovendien kan je huisdier besmet geraken als poppen op je kledij en schoenen zitten. Vlooien zijn drager van de hondenlintworm, die zowel bij katten als honden voorkomt. Bij de behandeling moet de dieren daarom ook altijd ontwormd worden.

Heeft mijn dier vlooien?

Wanneer je dier zich vaker krabt of bijt, dan heeft het misschien wel vlooien. Controleer dan de vacht van je dier. Vlooien zijn lichtschuw en daardoor zie je ze niet zo goed, maar je herkent hun uitwerpselen als kleine zwarte korrels. Als je deze korrels op nat keukenpapier uitwrijft en het papier kleurt roodbruin, dan weet je dat er vlooien zijn. Met een speciale vlooienkam vind je zowel de vlooien als de uitwerpselen.

De cyclus van de vlo

Nadat een vlo bloed heeft gezogen bij haar gastheer, legt ze eitjes die op de grond vallen. De larven die hieruit komen, ontwikkelen zich tot een pop of cocon en daarna tot een volwassen vlo.

De larven en poppen zijn over het hele huis verspreid en blijven vooral liggen op moeilijk bereikbare plaatsen: in het tapijt, in kieren, achter plinten, … Het popstadium is een soort ruststadium: ze kunnen binnen enkele dagen uitkomen, maar ook maanden blijven liggen. De volwassen vlooien komen uit de pop bij warmte of onder invloed van trillingen. Door de trillingen die honden en katten met hun stap veroorzaken, worden ze telkens weer besmet.

Een vlooienplaag vermijden?

Preventie is hier de boodschap. De juiste preventieve behandeling hangt af van verschillende factoren:

  • Komt je dier vaak buiten?
  • Is er (veel) contact met andere dieren?
  • Heeft je dier een vlooienallergie?

Bespreek dit met je dierenarts.

Wat te doen bij een vlooienplaag?

Voor het beste en een blijvend resultaat moet je niet alleen je dier, maar vooral ook de omgeving en alle andere dieren behandelen. Het grootste probleem zijn namelijk de eitjes en poppen, die overal zitten.

Behandeling van het dier

Kam de vacht met een speciale vlooienkam. Reinig de kam tussendoor elke keer in een bak met zeepsop zodat de vlooien verdrinken.

Behandel al je dieren op dezelfde dag met een anti-vlooienmiddel, ook als ze geen jeuk hebben. Je mag je honden en katten niet met hetzelfde product behandelen. Verschillende producten zijn giftig voor katten en konijnen.

Honden en katten moet je ook ontwormen, want de vlo drager is van de hondenlintworm.

Behandeling van de omgeving

Belangrijk is dat je de volledige omgeving behandelt en niet alleen je dier(en). De meeste vlooien bevinden zich in huis als vlooieneitjes, larven en poppen. Die kan je moeilijker bestrijden. Daarom moet je behandelen tot de vlooienplaag volledig weg is. Gebruik hiervoor een omgevingsspray.

  • Stoffen zoals dekens, kussens en de mand van het dier was je op minstens 60 °C.  Herhaal dit wekelijks.
  • Vermijd dekentjes en kussens in deze periode.
  • Stofzuig elke dag het hele huis, en geef extra aandacht aan kieren, hoeken en randen. Spuit vooraf een beetje anti-vlooienspray in de stofzuigerzak, zodat de opgezogen vlooien doodgaan.
  • Behandel ook je wagen!

Welk anti-vlooienmiddel kiezen?

De producten kan je kopen in de apotheek of bij de dierenarts. Voor honden en katten zijn er pipetten (ook wel “spot-on” genoemd), vlooienbanden en pillen. De werking varieert van 3 weken tot 3 à 8 maanden. De prijs schommelt tussen 15 en 50 euro per behandeling. Eén behandeling is niet genoeg. Als je maar één keer behandelt met een spot-on pipet die een maand werkzaam is, dan wordt je huisdier de volgende maand weer besmet door de poppen uit de omgeving. Behandel daarom minstens 3 maanden na elkaar.

Raadpleeg je dierenarts als je twijfelt over de behandeling, als je huisdier allergisch reageert of als er resistentie is. Een allergische reactie uit zich o.a. in jeuk, haaruitval, beven. Dan stop je onmiddellijk de behandeling. Als er na twee dagen geen resultaat is, dan zijn de vlooien allicht resistent.

Anti-vlooienmiddelen op basis van pyrethroid-stoffen, zoals permethrine en sommige aanverwante middelen, zijn toxisch voor katten. Als de behandelde dieren zichzelf of andere dieren likken, worden ze vergiftigd en kunnen ze in een toxische shock geraken. De symptomen zijn epileptische aanvallen, trillen, kwijlen en ongelijke of vergrote pupillen.

Aandachtspunten

Etherische oliën worden vaak als natuurlijk afschrikmiddel aangeprezen. De werkzaamheid is echter niet bewezen. Veel honden en katten kunnen er ook niet goed tegen. Bovendien zijn sommige oliën, zoals tea tree, zeer giftig voor katten. Gebruik deze middelen liever niet in de buurt van het dier.

Gebruik niet meer insecticiden dan nodig is. Werk veilig met handschoenen en een mondmasker en verlucht grondig bij gebruik van een spray.

Sommige anti-vlooienmiddelen zijn tijdens de zwangerschap gevaarlijk voor het kind. Gebruik dus niet zomaar anti-vlooienmiddelen als je zwanger bent, of als je dier drachtig is.

Terug naar boven

Teken

Teken zijn kleine, spinachtige parasieten die leven in bosrijk gebieden, in struiken of gras. Het tekenseizoen kent een piek in het voorjaar en één in het najaar.

Een teek bijt zich vast aan het dier en zuigt zijn bloed. De beet zelf is niet pijnlijk en het dier merkt het meest zelfs niet. Misschien heeft het wat jeuk en irritatie. Teken zijn echter meestal drager van parasieten en bacteriën. Een bekend voorbeeld is de ziekte van Lyme, die veroorzaakt wordt door de Borrelia-bacterie. Daarom is een tekenbeet te vermijden. Als je dier toch gebeten is, verwijder dan zo snel mogelijk de teek om te beletten dat die zich vastbijt.

Heeft mijn huisdier teken?

Teken zitten overal op het lichaam zitten, maar toch vooral in de nek, rond de oren, in huidplooien en tussen de tenen (warme en donkere plaatsen). Ze zijn eerst zeer klein en moeilijk zichtbaar. Meestal merk je een teek pas op als hij bloed gezogen heeft, want dan zwelt hij op tot een erwtvormige, donkerbruine bol.

Soms krabt je huisdier de teek eraf maar blijft de kop zitten. Daardoor kan een kleine ontsteking ontstaan, die meestal vanzelf overgaat. Als je dier gebeten is door een teek en een tijdje daarna ziek wordt, contacteer dan onmiddellijk je dierenarts.

Wat te doen bij een tekenbeet?

Wanneer je huisdier een teek heeft, dan moet je die zo snel mogelijk en volledig verwijderen en op de juiste manier. Wat je zeker niet mag doen is: de teek leegknijpen, hem verdoven of vaseline en alcohol gebruiken. Bij gebruik van alcohol gaat de teek net maaginhoud uitbraken waardoor de kans op besmetting met de ziekte van Lyme of andere ziekteverwekkers groter is.

Hoe een teek correct verwijderen?

  • Gebruik een speciale tekentang.
  • Neem de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast.
  • Draai de tang keer in wijzerszin rond zodat de teek loskomt.
  • Controleer of de kop van de teek meegekomen is. Als de kop is blijven zitten, probeer die dan uit te duwen
  • Dood de teek, zodat hij zich niet kan verspreiden.
  • Ontsmet de bijtwonde.

Hou de wonde de volgende dagen in de gaten. Noteer de datum van de beet zodat je die aan de dierenarts kan melden als je dier ziek wordt.

Teken voorkomen

Controleer je huisdier in het tekenseizoen na elke wandeling. Vermijd in die periode ook risicogebieden zoals hoge grassen en bosjes. Als je gaat wandelen neem je best altijd een tekentang mee, zodat je meteen kan ingrijpen. 

In het tekenseizoen kan je preventief je hond behandelen. Je kan dit combineren met de vlooienpreventie. Raadpleeg hiervoor je dierenarts.

Terug naar boven

Mijten

Mijten zijn microscopisch kleine, bloedzuigende, spinachtige beestjes. Ze komen bijna bij alle diersoorten voor. Sommige mijten behoren tot de normale huidbewoners en zorgen normaal niet voorproblemen. Andere soorten leven in de omgeving van het dier, bijvoorbeeld in de mand of kooi, en zuigen ’s nachts zijn bloed.

Je huisdier kan mijten krijgen via het hooi of stro en via wilde dieren zoals vogels, ratten en muizen, maar ook door direct contact met een besmette soortgenoot, of besmette dekens of manden.

De symptomen van een mijtenbesmetting zijn afhankelijk van de mijtensoort en het type dier. Veel voorkomende symptomen zijn o.a. jeuk, veelvuldig krabben of wassen, met de kop schudden, onrustig zijn, kale plekken hebben en een doffe vacht of gebroken veren. Bij oormijt is het oorsmeer vaak donker en korrelig.

Soorten mijten

Oormijt (Otodectes cynotis)

Oormijten komen voor bij o.a. honden, katten, fretten, konijnen en cavia’s. Ze beperken zich meestal tot de gehoorgang. Maar ze kunnen ook voorkomen op de kop van het dier. Jonge dieren en dieren met hangende oren open meer risico op besmetting.

Een besmetting met oormijt geeft zwart, korrelig oorsmeer. Door de jeuk zal het dier schudden met de kop en veelvuldig krabben aan zijn oren, soms tot bloedens toe. Als je vermoed dat je dier oormijt heeft, raadpleeg dan altijd je dierenarts. Een besmetting niet behandelen kan ernstige gevolgen hebben.

Graafmijt of schurft (Acarus scabiei of Sarcoptes scabiei)

Schurftmijten graven over het hele lichaam gangen in de huid, waardoor erge jeuk, schilfers en kale plekken ontstaan. Doordat je dier veelvuldig krabt, krijgt het wondjes.

Schurftmijten komen heel veel voor bij cavia’s en andere kleine knaagdieren, die er enorm veel last van hebben. Door de extreme jeuk kunnen ze zelfs epileptische aanvallen krijgen.

Bij vogels komt ook een graafmijt voor, maar het gaat dan om een andere soort (Knemidocoptes mutans) die voor zogenaamde kalkpoten zorgt.

Raadpleeg je dierenarts voor de diagnose en behandeling.

Schilfermijt (Cheyletiella)

De schilfermijt komt veel voor bij honden, katten en konijnen. Vooral jonge en oudere dieren zijn gevoelig. Het is zeer besmettelijk, ook voor mensen.

De dieren hebben niet altijd jeuk. Sommige dieren hebben geen symptomen, maar kunnen wel andere dieren besmetten. Andere dieren krijgen een doffe vacht, met roos en veel losse haren en schilfers. 

Raadpleeg je dierenarts voor de diagnose en behandeling.

Bloedmijten

Bloedmijten (soms ten onrechte bloedluizen genoemd) komen vooral voor bij vogels, maar ze kunnen ook knaagdieren besmetten. Ze houden zich schuil in kieren en spleten van de hokken ’s Nachts zuigen ze bloed, en dat irriteert het dier en op den duur verzwakt het. Behandel de dieren én de hokken grondig, met speciale aandacht voor kieren en spleten. Verwijder en vernietig al het hooi en stro. Om bloedluizen te voorkomen, vermijd je zoveel mogelijk spleten en kieren.

Raadpleeg je dierenarts voor de diagnose en behandeling.

Demodex

Demodex, of puppyschurft, is een mijt die vooral voorkomt bij honden. Deze mijt hoort tot de normale huidflora. Pups worden besmet door hun moeder binnen de drie dagen na geboorte. Daarna kunnen de mijten de huid niet meer doordringen.  

Bij oudere dieren is Demodex niet besmettelijk. Klachten ontstaan meestal als er meer mijten dan normaal aanwezig zijn of als er een probleem is met de afweer bijvoorbeeld bij jonge, oude of zieke dieren. Raadpleeg je dierenarts voor de diagnose en behandeling. De behandeling is meestal langdurig.

Terug naar boven

Luizen

Luizen komen frequent voor bij kleine knaagdieren. Deze grijze insecten zijn enkele millimeters groot. Mensen kunnen geen dierenluizen krijgen. In tegenstelling tot de vlo kruipt de luis traag.

Er zijn zowel bijtende als bloedzuigende luizen die erg veel jeuk veroorzaken. Raadpleeg je dierenarts voor een correcte diagnose en de juiste middelen om een luizenbesmetting te behandelen.

Terug naar boven